Wapens
Wapens gebruikt door de Binnenlandse Strijdkrachten Er werden door de verschillende eenheden van de BS een groot aantal wapens gebruikt. Veelal waren dat de zogenoemde "Beutewaffen" wapens die afkomstig waren van de Duitsers. Dat waren vaak de K98, P38 en soms een MG 34/42. Maar er werden ook een grote verscheidenheid aan Britse wapens gebruikt. Deze werden veelal gedropt gedurende de bezetting. Vaak bedoeld voor het verzet. Ook werden de wapens gebruikt welke werden verstopt na de overgave van het Nederlandse leger.
De Stengun (of kortweg Sten) was een reeks van Britse 9 mm pistoolmitrailleurs die tijdens de Tweede Wereldoorlog en de Koreaanse Oorlog veel werden gebruikt door de strijdkrachten van het Verenigd Koninkrijk en het Britse Gemenebest. Ze stonden bekend om hun simpele ontwerp en betrekkelijk lage productiekosten. De naam STEN is een acroniem dat is ontleend aan de namen van de belangrijkste twee ontwerpers, Majoor Reginald Shepherd en Harold Turpin, gecombineerd met de letters EN van "ENfield" , de vestigingsplaats van de Royal Small Arms Factory (RSAF) in Enfield Lock in Londen. Gedurende de jaren veertig zijn er zo'n 4 miljoen Stens gemaakt.
Geschiedenis De Sten werd ontworpen op het moment dat het Verenigd Koninkrijk de Battle of Britain voerde en vreesde voor een invasie door Duitsland. Bij Duinkerken waren veel wapens verloren gegaan, en het leger werd uitgebreid. Tot in 1941 kochten de Britten van de Amerikanen alle Thompson pistoolmitrailleurs die ze maar konden krijgen, maar zelfs dat dekte bij lange na de behoefte niet en toen de Amerikanen in de oorlog gingen meevechten werden de tekorten nog groter. Bovendien waren ze niet bepaald goedkoop. Daarom kreeg de Royal Ordnance Factory Enfield opdracht om een alternatief te ontwikkelen, dat bovendien veel goedkoper moest zijn.
De eerste versie, Mark I, werd in juni 1941 bij het Britse leger ingevoerd. De Mark V versie uit 1944 werd nog tot in de jaren zestig gebruikt en werd toen geleidelijk aan uitgefaseerd, en vervangen door de Sterling pistoolmitrailleur. Andere leden van het Brits Gemenebest ontwikkelden hun eigen vervangers.
Ontwerp De 'Sten' was zo ontworpen dat voor de productie zo min mogelijk specialistische kennis nodig was. Zoals veel massaproductiewapens bestond de Sten uit eenvoudige metalen onderdelen, die nauwelijks hoefden te worden gelast. Veel van de productie van onderdelen werd uitbesteed aan kleine werkplaatsen, waarna de wapens bij Enfield werden geassembleerd. In de loop van de oorlog werd het ontwerp nog aangepast, en tenslotte kostte de productie van het basismodel, de Mark III, nog maar vijf manuren. Sommige goedkope versies bestonden uit niet meer dan 47 onderdelen. Die zagen er kaal uit; niet meer dan een pijp en een metalen lus als handgreep. De Mark I was wat beter afgewerkt, met een houten handgreep.
De Stengun had een kamer voor 19 x 9mm parabellum pistoolmunitie, wat handig was, omdat buitgemaakte Duitse munitievoorraden dan ook konden worden gebruikt. Een Sten was klein en kon uit elkaar worden genomen tot alleen een paar onschuldig uitziende onderdelen overbleven. Dit maakte de Sten vooral handig voor acties van partizanen. Guerrillastrijders in West- en Oost-Europa raakten bedreven in het repareren, aanpassen en tenslotte zelf nabouwen van de Sten. In bezet Polen werden meer dan 2000 Stens vervaardigd en ongeveer 500 vergelijkbare Blyskawica pistoolmitrailleurs. De Stens werden door soldaten vaak afgekraakt wegens hun onnauwkeurigheid, die het gevolg was van een wel erg simpel vizier, en omdat ze als gevolg van een slecht ontworpen magazijn vaak vastliepen. Verder gingen ze gemakkelijk per ongeluk af als ze op de grond vielen of een tik kregen. Geallieerde soldaten hielden soms wedstrijdjes om te zien hoeveel patronen een Sten kon afvuren door een geladen Sten keihard op de grond te slaan en dan te zien hoeveel patronen er werden afgeschoten. Het is dus niet ondenkbaar dat een geladen en gespannen Sten door een val op de grond spontaan afgaat. Het ontwerp werd tijdens de oorlog nog voortdurend verbeterd.
Omdat de Sten zo eenvoudig te maken was, produceerden de Duitsers aan het eind van de oorlog hun eigen versie, de MP 3008.
Technische gegevens Ontworpen. . . . . . . . . . . . . . . . . 1941 Aantal geproduceerd. . . 3,7 miljoen Varianten. . . . . . . MK I,II,II(S),III,V Kaliber. . . . . . . . . 9 MM Parabellum Gewicht. . . . . . . . . . . . . . . . . 3,18 Kg Lengte. . . . . . . . . . . . . . . . . . 760 mm Magazijn. . . . . . . . . . . . 32 patronen |
Webley revolver De Webley Revolver, ook bekend als de Webley Break-Top Revolver of Webley self-extracting Revolver was het standaard dienstpistool voor de strijdkrachten van het Verenigd Koninkrijk, het Britse Rijk, en het Gemenebest van Naties van 1887 tot 1963.
De Webley is een zogenaamde "top-break" revolver met automatische extractie. Dit mechanisme breekt de revolver automatisch open voor het herladen. Tevens verwijdert het automatisch de afgeschoten hulzen uit de cilinder. De Webley Mk I werd in gebruik genomen in 1887, maar het was de latere versie Mk IV, die populair was tijdens de Boerenoorlog van 1899-1902. De Mk VI, ingevoerd in 1915 tijdens de Eerste Wereldoorlog, is wellicht het meest bekende model.
De Webley revolvers behoren nog steeds tot de meest krachtige top-break revolvers ooit geproduceerd. De Webley Mk IV variant is in een aantal landen nog steeds in gebruik als politiewapen.
Technische gegevens Ontworpen. . . . . . . . . . . . . . . . . 1887 Aantal geproduceerd. . . ca. 125.000 Variant. . . . . . . . . 455 Webley MKII Gewicht. . . . . . . . . . . . . . . . . . 1,1 Kg Lengte. . . . . . . . . . . . . . . . . . 286 mm Effectief bereik. . . . . . . . . . 46 meter Maximum bereik. . . . . . . . 247 meter |
|
|
Mannlicher M95 Het geweer Mannlicher M95 was het standaardgeweer van de Nederlandse en Nederlands-Indische krijgsmacht vanaf 1895 tot en met de Tweede Wereldoorlog.
Het geweer kent twee versies, namelijk de Mannlicher Karabijn M.95 en het Mannlicher Geweer M.95. In Nederland was de naam Mannlicher M95 en niet Steyr-Mannlicher M1895.
Sedert 1893 had Roemenië een Mannlicher-geweer in gebruik dat bijna gelijk is aan het Nederlandse Model van 1895. Hoewel de hoofdmaten (6,5 x 53 R) van de Roemeense patroon overeenkomen met die van de Nederlandse patroon, zijn de patronen niet onderling verwisselbaar omdat de Roemeense patroonhuls een dikkere extractierand heeft. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hadden Oostenrijk en Hongarije Mannlicher-geweren in de bewapening.
Geschiedenis De Mannlicher M95 werd ontworpen door de beroemde Oostenrijkse wapenontwerper Ferdinand Ritter von Mannlicher. Hij baseerde zijn nieuwe geweer op het type dat hij al in 1890 had uitgevonden. Het wapen werd geïntroduceerd ten tijde van het Oostenrijks/Hongaarse rijk. Tussen 1895 en 1918 zijn er meer dan drie miljoen exemplaren geproduceerd. De productie vond plaats in Boedapest (Hongarije) en Steyr (Oostenrijk). Aan het laatste stadje dankt het geweer dan ook zijn naam.
In de jaren zeventig bleek dat veel geweren in handen waren van Afrikaanse guerrillatroepen.
Nederland Op 4 december 1895 kreeg het Nederlandse leger officieel een nieuw geweer, de Mannlicher M95 , ter vervanging van het oude Beaumont geweer met een kaliber van 11 mm. Het nieuwe wapen had een vijfschots magazijn en een kaliber van 6,5 mm tegenover het vierschots magazijn (systeem Vitali) met 11 mm patronen (kaliber 11 mm x 50R) van sommige op magazijnlading aangepaste Beaumont geweren. De lading van de 6,5 mm patroon bestond uit rookarm kruit; dit in tegenstelling tot de Beaumont patroon die met zwart kruit (buskruit) was geladen. Tussen 1895 en tot en met de Tweede Wereldoorlog was de M.95 bij het leger in Nederland in gebruik, en bovendien in Indië en bij de Marine.
Het geweer M.95 was een wapen dat paste in de ontwikkelingen van die tijd. Het had een kaliber van 6,5 mm, een lengte van bijna 130 cm. en een gewicht van 4,2 kilogram. De vizierverdeling liep van vierhonderd tot tweeduizend meter. Het geweer was voorzien van een notenhouten kolf en lade uit één stuk. Op de bovenkant van de loop was een handbeschermer aangebracht, met een uitsparing voor het vizier.
Met de invoering van dit wapen deed een nieuwe patroon zijn intrede in het Nederlandse leger: de 6,5 x 53,5 R. De 6,5 (mm) staat hierbij voor het kaliber, 53,5 (mm) voor de lengte van de huls en de R voor Randhuls. Niet alleen werd deze patroon gebruikt door het geweer M.95 en de karabijnen M.95, ook de lichte Lewis mitrailleur (M.20) maakte gebruik van deze munitie, alsmede enige tijd de zware mitrailleurs, die echter na verloop van tijd naar 7,9 mm werden opgeboord.
In mei 1940 was de M95 bijna 45 jaar in gebruik. In de tijd van 1895-1940 werden er pogingen gedaan om het wapen te verbeteren. Het belangrijkste punt was het kaliber: de gebruikte 6,5 mm patroon had niet genoeg stopkracht. Door het volmantel ontwerp en de grote energie die de kogel bij afvuren meekreeg, ging de patroon vaak door het doel heen, wat minder schade toebracht dan wanneer de kogel in het lichaam bleef zitten en alle energie van de kogel op het geraakte doel werd overgebracht. Er werd een commissie aangesteld in 1910; die trok de conclusie dat alle lopen naar 7,9 mm moesten worden omgeboord en dat de stompe volmantel patronen vervangen moesten worden door spitsvormige patronen. Dit werd echter om onbekende redenen niet gedaan [wel bij de zware mitrailleurs], waardoor alle M.95 geweren en karabijnen in mei 1940 nog de 6,5 mm volmantel patroon hadden.
De invoering van een nieuw geweer zorgde voor heel wat werk. Er moest een fabriek voor de munitie en een werkplaats waar de wapens konden worden gerepareerd worden gebouwd. Voor dat laatste werd de Werkplaats voor Draagbare Wapenen gebouwd bij de Artillerie-Inrichtingen. Daar werden alleen wapens gerepareerd, want het produceren van de wapens vertrouwde men in eerste instantie niet aan hen toe, omdat er werd getwijfeld aan de kwaliteit. De M.95 wapens werden gekocht bij de Österreichische Waffenfabriks Gesellschaft in Steyr (Ö.W.G.). Vanaf 1904 maakten de Artillerie Inrichtingen (Hembrug) de Mannlicher geweren onder licentie zelf. Men was daar tevreden mee, want de kwaliteit bleek uitstekend en de prijs aanzienlijk lager. Tot de Eerste Wereldoorlog werden enkele duizenden geweren per jaar gemaakt. Toen Nederland mobiliseerde had men veel meer wapens nodig, en dus werd de productie opgeschroefd. Na 1918 kwam de geweerproductie voor het Nederlandse leger stil te liggen, omdat er toen ruim voldoende waren geproduceerd om het gemobiliseerde leger uit te kunnen rusten.
Vernieuwingen In totaal werden er vijf verschillende typen karabijnen ontwikkeld. No.1 was de karabijn voor de cavalerie en werd in 1896 ingevoerd. In datzelfde jaar volgde de No.2 voor de Koninklijke Marechaussee en was voorzien van een omklapbaar bajonet. No.3 kwam ook uit in 1896 en was voor de genie, artillerie en verbindingsofficieren. Deze had een langere handbescherming en een bajonet. In 1908 kwam uitvoering No.4 voor de compagnieën wielrijders beschikbaar met dezelfde bajonet als uitvoering No.3. Het nadeel van vier verschillende uitvoeringen bleek al snel tijdens de productie: voor iedere uitvoering waren specifieke onderdelen nodig.
Daarom werden er vier nieuwe karabijnmodellen ontwikkeld, No.1 (cavalerie), 2 (artillerie, genie en verbindingsofficieren), 3 (wielrijders) en 4 (wielrijders) Nieuw Model. Het was de bedoeling dat ze maar weinig verschilden om zo dus de productie te bevorderen. Ook was het de bedoeling de karabijnen van het type Oud Model te laten wijzigen in Nieuw model. In plaats van één type karabijn waren er dus acht. Vanaf 1935 werden geweren ingekort tot karabijnen voor de politie en later ook voor het leger (cavalerie, artillerie, genie en verbindingsofficieren). In 1937 kwam er nog een uitvoering bij. We hadden behoefte aan meer karabijnen, en aangezien we meer dan genoeg geweren hadden, werden wat geweren omgebouwd tot karabijn, wat No.5 werd.
Het Mannlicher repeteergeweer heeft bij veel landen dienst gedaan en stond bekend als zeer betrouwbaar. Na mei 1940 zijn veel Nederlandse Mannlicher geweren overgenomen door de Duitse bezetter. Deze zijn later gebruikt door bondgenoten van de Duitsers, door de Volkssturm en door politionele eenheden.
 Beutewaffen: wapens op Duitsers buitgemaakt. Foto: © Charles Breijer / nfa. Nederlands fotomuseum.
|